Het bestuur heeft zich gebogen over het beroep dat SC Utrecht had ingediend naar aanleiding van de uitspraak van de competitieleider in verband met het niet op komen dagen van SC Utrecht 3 voor de bondswedstrijd tegen de Larense Schaakclub op 20 november jongstleden.
De integrale uitspraak:
“Geachte voorzitter van de Schaakclub Utrecht,
Het bestuur van de SGS heeft kennisgenomen van het besluit van de wedstrijdleider van de SGS, aan het bestuur bekend gemaakt per e-mail van 2 december 2015, om SC Utrecht te bestraffen met een geldboete van € 25,- en het derde team van SC Utrecht te bestraffen met het in mindering brengen van 2 matchpunten, dit op grond van artikel 18 van het Wedstrijdreglement SGS Clubcompetitie. Reden voor deze sanctie is het niet verschijnen van het derde team van SC Utrecht in de teamwedstrijd tegen Laren op 20 november 2015.
Ook heeft het bestuur kennisgenomen van de e-mail van 3 december 2015 van de heer Voskuil, externe wedstrijdleider van SC Utrecht en de e-mail van 4 december 2015 van de heer De Graaf, voorzitter van SC Utrecht, waarin deze hun bezwaren tegen de opgelegde sanctie hebben verwoord en beroep aantekenen als bedoeld in artikel 28 van het Wedstrijdreglement SGS Clubcompetitie.
Het bestuur overweegt als volgt:
Vast staat dat de teamwedstrijd Laren-SC Utrecht 3 op 20 november 2015 niet kon worden gespeeld vanwege het (in het geheel) niet verschijnen van het team SC Utrecht 3. Er is niet aangetoond dat sprake is geweest van een calamiteit of een ander geval van overmacht. Het bestuur acht dit een ernstige zaak, waarvoor SC Utrecht volledig verantwoordelijk moet worden gehouden.
De externe wedstrijdleider van SC Utrecht heeft kort voor de wedstrijd (telefonisch om 17.30 uur) aan Laren aangeven dat men geen volledig team op de been kon brengen en niet op zou komen dagen. Op verzoek van de wedstrijdleider van de SGS om nadere uitleg, heeft de externe wedstrijdleider van SC Utrecht op 24 november 2015 kort gereageerd (met de opmerking dat hij (ten onrechte) in de veronderstelling verkeerde dat het minimumaantal spelers zes dient te zijn en hij er maar vijf beschikbaar had). Naar Laren toe is vanuit SC Utrecht op dat moment geen enkele nadere reactie uitgegaan.
De wedstrijdleider van de SGS heeft naar aanleiding van de summiere verklaring van SC Utrecht, op 26 november 2015 verzocht om een nadere verklaring. Deze is niet gekomen, waarna op 2 december, dus dertien dagen na de speeldatum, door de wedstrijdleider van de SGS besloten is om conform het wedstrijdreglement een sanctie op van 25 euro boete en het in mindering brengen van 2 matchpunten op te leggen. Hierbij wordt ter onderbouwing onder meer opgemerkt dat Laren nog niks van Utrecht vernomen had, dat Utrecht tot op dat moment geen enkele verklaring had gegeven aan de SGS voor het te elfder ure afzeggen van deze wedstrijd, dat Utrecht niet op de hoogte was van de regels d.w.z. dat men met vijf personen had mogen spelen, en men de wedstrijd verloren gaf en niet op de hoogte was van richtlijn tot overspelen (Art.18), alsmede dat er, ondanks verzoek ruim een week geleden daartoe, Utrecht nog geen poging had ondernomen in contact te treden met Laren (laat staan dat men zich richting Laren geëxcuseerd heeft).
Op 3 december 2015 is, naar aanleiding van de bekendmaking door de wedstrijdleider van de SGS van de opgelegde sanctie, alsnog een inhoudelijke reactie van de externe wedstrijdleider van SC Utrecht ontvangen. Als reden voor het op een zo laat moment afzeggen van de wedstrijd wordt aangegeven dat er wegens persoonlijke omstandigheden plots een speler wegviel. Opnieuw geeft de externe wedstrijdleider van SC Utrecht daarbij aan in de veronderstelling te zijn geweest dat het minimum aantal spelers voor het kunnen spelen van een wedstrijd zes dient te zijn .De voorzitter van SC Utrecht heeft hier op 4 december 2015 nog een aanvulling op ingediend, waarin hij onder meer wijst op de moeilijke situatie waarin de club verkeert en tevens de wens uit om de motivatie van de spelers te behouden.
Het bestuur stelt allereerst vast dat het betreffende wedstrijdschema duidelijk is en vooraf op de website van de SGS is gepubliceerd. In het beroepschrift wordt uitgelegd wat de reden is van het niet verschijnen van SC Utrecht 3 op 20 november 2015. Het bestuur heeft notie genomen van de reacties van zowel de voorzitter als externe wedstrijdleider van SC Utrecht. Ook is notie genomen van een mondelinge toelichting van de voorzitter van SC Utrecht waarin deze nog aangaf dat de omstandigheden waarin de vereniging zich bevindt (zijnde een snel teruglopend ledental, afname van activiteiten en mogelijke fusie op korte termijn om het geheel verdwijnen van de vereniging te voorkomen), reden zijn voor clementie en mindering van de opgelegde straf.
Het bestuur oordeelt dat er op grond van het voorgaande geen termen aanwezig zijn om de opgelegde geldboete van € 25,- te verminderen of kwijt te schelden.
Daarnaast wordt vastgesteld dat aan het niet verschijnen van SC Utrecht 3 het niet voldoende op de hoogte zijn van de regels ten grondslag ligt. Hoewel het bestuur begrip heeft voor de problemen waarmee een vereniging geconfronteerd wordt als een speler zich op het laatste moment terugtrekt, had dit niet in de weg gestaan aan het alsnog met vijf spelers aanvangen van de wedstrijd. Daarnaast stelt het bestuur vast dat SC Utrecht in de communicatie naar zowel Laren als de SGS ernstig in gebreke is gebleven. Pas na het opleggen door de wedstrijdleider van de SGS van de sanctie, kwam SC Utrecht alsnog met een inhoudelijke reactie. Ook heeft SC Utrecht pas na enig aandringen van de SGS contact opgenomen richting Laren om tot een nieuwe speeldatum te komen.
Het bestuur is dan ook van oordeel dat de sanctie, waarbij aan het betreffende team matchpunten in mindering worden gebracht, in stand wordt gehouden.
Tegen deze uitspraak staat geen (hoger) beroep open.
Het bestuur wenst tot slot nog op te merken dat de secretaris van de SGS, die ook secretaris is van SC Utrecht, op geen enkele wijze betrokken is geweest bij de behandeling, beraadslaging, oordeelsvorming en besluitvorming aangaande het door SC Utrecht ingestelde beroep.
Deze uitspraak zal ook worden gezonden aan de voorzitter van Laren en worden gepubliceerd op de SGS-website.
Hoogachtend,
namens het bestuur,
J.J. Schuil (voorzitter)”
